Een vaandel is een geborduurd ceremonieel doek dat een vereniging, gilde, legereenheid, kerk of school symboliseert. Het wordt niet gehesen zoals een vlag, maar gedragen tijdens optochten, gewijd in de kerk en opgesteld bij plechtigheden.
Oorsprong
Het Nederlandse woord vaandel stamt af van het Middelnederlandse vendel, via het Oudfranse fanonen het Latijnse pannus — letterlijk: een lap, een doek. De directe voorgangers zijn het Romeinse vexillum: een vierkant doek dat dwars aan een stok hing en de standaard was van een Romeinse cohort of cavalerie-eenheid.
In de middeleeuwen verschijnt het vaandel als herkenningsteken van ridders, gilden en schutterijen. Met de opkomst van geborduurd goud- en zijdewerk in de zestiende en zeventiende eeuw wordt het vaandel een prestigeobject: kerken laten processievaandels borduren, schutterijen voeren hun koningsvaan, regimenten dragen hun veldteken.
Vaandel vs. vlag
Een vlag is functioneel — gehesen aan een mast, gemaakt om in wind en regen te wapperen, meestal bedrukt en enkelzijdig leesbaar. Een vaandel is ceremonieel — gedragen aan een vaandelstok, dubbelzijdig geborduurd, met franjes, koorden en kwasten, vaak in zijde of fluweel en met echt goud- en zilverdraad.
Zie ook: vaandel vs. vlag voor een uitgebreide vergelijking.
Wie heeft een vaandel?
- Schutterijen en schuttersgilden
- Carnavalsverenigingen en studentengezelschappen
- Kerken, parochies en broederschappen (processievaandel)
- Militaire eenheden en veteranenorganisaties
- Muziekkorpsen, harmonieën en fanfares
- Sportclubs, scoutinggroepen en vakbonden
- Scholen, universiteiten en disputen
De of het vaandel?
Het vaandel. Onzijdig, meervoud vaandels(alledaags) of vaandelen (in formele of literaire context, vergelijkbaar met schepen → schepenen).
Zelf een vaandel laten maken
Wij borduren al meer dan tien jaar vaandels op maat voor verenigingen, gilden en kerken in heel Nederland — met de hand of machinaal, in zijde, fluweel en goud- of zilverdraad.